Werf 9: Gent, duurzaam en klimaatneutraal


Luchtkwaliteit is belangrijk voor elke Gentenaar. We voeren een lage-emissiezone (LEZ) in vanaf 2020 en weren de meest vervuilende (diesel)auto’s uit een zone die samenvalt met de zone 30 binnen de R40. Dit is een eerste belangrijke stap om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. De LEZ wordt uitgebreid naar alle woongebieden binnen de R4, en zelfs naar het havengebied. We koppelen de invoering van de LEZ aan een pakket van begeleidende sociale maatregelen. Burgers zullen kunnen kiezen uit een breed pallet van compensaties onder de vorm van een mobiliteitsbudget, onder andere slooppremies, subsidies voor de elektrische fiets, autodelen, taxicheques of een openbaarvervoersabonnement. We ontsluiten een netwerk van meetpunten met bijhorende infoschermen om de actuele luchtkwaliteit beter op te volgen en deze kennis vlot te delen met de Gentenaars. GentLevert wordt verder uitgebouwd om het koeriersverkeer te verminderen. De impact van de industrie op de luchtkwaliteit, onder meer in de haven, proberen we te reduceren door een gericht vergunningenbeleid en een proactieve controle bij klasse 2- en 3-bedrijven. Daarnaast voorzien we een ambitieuze visie bij het adviseren van klasse 1-bedrijven. Specifiek voor de haven is het belangrijk dat de nieuwe fusiehaven North Sea Port samen met Vlaanderen en andere actoren verder werkt aan een betere luchtkwaliteit.

De Stad neemt, samen met andere openbare diensten zoals IVAGO, De Lijn en de nutsmaatschappijen, het voortouw in het omvormen van hun wagenpark naar duurzame alternatieven met brandstof zoals elektriciteit, waterstof en CNG voor die toepassingen waar elektriciteit en waterstof (nog) geen alternatief vormen.

 

Gent zonnestad

Tegen 2050 maken we Gent klimaatneutraal. We hebben bij het nemen van maatregelen in functie van de klimaatdoelstellingen ook altijd oog voor de gevolgen voor kwetsbare groepen. Het Gentse langetermijnengagement werd in een concrete doelstelling gevat: 40 procent minder CO2-uitstoot tegen 2030. Het nieuwe IPCC-rapport toont aan dat we deze doelstellingen in de toekomst misschien nog moeten aanscherpen. We zorgen voor een jaarlijkse rapportering van de voortgang van het klimaatbeleid en communiceren hierover aan de bevolking. Als stad Gent willen we dat er een maximum aan lokale duurzame hernieuwbare energieproductie op ons grondgebied gerealiseerd wordt. We maken van Gent een echte zonnestad. Tegen 2024 willen we een verdubbeling van de energieproductie door zonnepanelen. Om hernieuwbare energie voor iedereen zo toegankelijk mogelijk te maken, worden projecten zoals Buurzame Stroom verder uitgerold in de stad. Het windpotentieel in onder meer de haven moet optimaal benut worden. Gentenaars moeten mee kunnen participeren in hernieuwbare energie via energiecoöperatieven, niet alleen financieel. Als Gent zijn klimaatdoelstellingen wil halen, moeten we ook aardgas als energiebron vervangen. In eerste instantie voor wonen en de dienstensector, daarna ook voor transport en industrie. Nieuwbouwwijken worden daarom niet meer op aardgas aangesloten. We breiden het bestaande verwarmingsnet uit en verduurzamen het en zorgen voor nieuwe netten, zodat de restwarmte van industriële processen of afvalverwerking kan dienen om gebouwen te verwarmen. Ook andere alternatieven zoals energie uit zon en bodem worden volop benut. Ook in renovatiedossiers van stadsgebouwen wordt de overstap gemaakt naar groene warmte. We werken actief mee aan proefprojecten, zoals een waterstoffabriek in North Sea Port en andere waterstofprojecten, projecten rond opslag, zowel in de haven als eerder wijkgebonden. We rollen het netwerk van elektrische laadpalen verder uit die louter hernieuwbare energie voorzien.

 

Gent eet duurzaam

Onze lokale voedselstrategie is een van de pijlers van ons klimaatbeleid. De beleidsgroep Gent en Garde bouwen we verder uit. We werken aan duurzame landbouw, waarbij we ons in de eerste plaats richten op de korte keten en stadsgerichte landbouw. Op die manier brengen we consument en producent opnieuw met elkaar in contact. De toegang tot duurzame gezonde voeding voor kwetsbare groepen is een belangrijk aandachtspunt bij de lokalevoedselstrategie.

We gaan voedselverspilling tegen en hergebruiken voedselafval maximaal als grondstof. Voorbeeldprojecten zoals Foodsavers Gent, waar gezonde voedseloverschotten in een duurzaam activeringsproject tot bij minder begoede mensen komen, zetten we verder. Tegelijk brengen we door een grootschalige analyse de cijfers over de Gentse voedselverspilling in kaart.

De grondpositie van de Groep Gent wordt ingezet als ruilgrond voor de realisatie van het RUP Groen. Daarnaast kunnen ook beschikbare landbouwgronden ingezet worden als testgronden voor vernieuwende landbouwbedrijfsmodellen. Dit biedt kansen voor nieuwe initiatieven en voor het versterken van bestaande.

We stimuleren duurzame voedselconsumptie door de succesformule Donderdag Veggiedag verder te zetten en uit te breiden naar nieuwe doelgroepen. Tegelijk ontwikkelen we een vervolgcampagne om te sensibiliseren rond de impact van vleesconsumptie, en om plantaardige voeding verder te stimuleren. Stad Gent neemt verder ook haar voorbeeldrol op om zelf zo veel mogelijk lokale producten te kopen die op een duurzame manier worden geproduceerd. We faciliteren als Stad de opschaling van korteketeninitiatieven. Ook professionele aankopers van voeding in de stad zoals horeca, grootkeukens of buurtwinkels, worden gestimuleerd om korteketenproducten aan te kopen. Het nieuwe project Vanier is hiervan een goed voorbeeld.

We besparen meer energie in stedelijke gebouwen en openbare verlichting. De jaarlijkse doelstelling van minstens 3 procent energiebesparing in gebouwen van de Groep Gent wordt verder gezet en we volgen dit op via een jaarlijkse Energie- en Waternota. Als stadsbestuur geven we het goede voorbeeld door al onze gebouwen met geschikte daken te voorzien van zonnepanelen. Tegen 2024 staan zonnepanelen voor minstens 30 procent van het totale energieverbruik van de stadsgebouwen in. Voor minimaal de helft betrekken we de Gentenaars hierin. Naast het blijvend kiezen voor passiefbouw, zetten we een stap verder door te werken aan een aantal pilootprojecten rond energiepositieve gebouwen. Onze openbare verlichting wordt zuiniger door versneld over te schakelen op led en door te dimmen en te doven waar en wanneer dat kan.

Gentenaars hebben baat bij een ambitieus klimaatbeleid. Het informeren, sensibiliseren en verder ondersteunen van onze burgers om hun woning te renoveren is niet alleen belangrijk om onze klimaatdoelstellingen te halen, maar verhoogt ook hun wooncomfort en verlaagt de energiefactuur. We besteden daarbij specifiek aandacht aan sociaal zwakkere groepen zoals noodkopers en kwetsbare huurders. We blijven ijveren voor een goedkope energielening voor elke Gentenaar. We bouwen ook verder aan innovatieve modellen die energiezuinige verbouwingen bij kwetsbare gezinnen versnellen. We leveren hierbij inspanningen om verhuurders te overtuigen en aan te moedigen om hun woningen energiezuinig te maken, met aandacht voor de zittende kwetsbare huurders. De Energiecentrale werkt via het one-stop-shop- principe verder om burgers zo veel mogelijk bij te staan bij hun energiezuinige renovaties.

Ook naar bedrijven, instellingen en organisaties zoals Greentrack wordt ondersteuning aangeboden om het potentieel voor energiebesparing en hernieuwbare energie verder aan te boren. Daarbij werken we het instrument van energiecoaching verder uit en bekijken we hoe we energiezuinige investeringen mee een duw in de rug kunnen geven.

We rollen de fossielvrije en duurzame beleggingsstrategie van Stad Gent verder uit naar de volledige Groep Gent.

 

Opgeruimd staat netjes

We maken van Gent een afvalarme stad. Zo reduceren we de Gentse voetafdruk en behouden materialen en producten langer hun waarde.

Ons afvalbeleid is ecologisch, sociaal, integraal en efficiënt. Zo is het ‘vervuiler betaalt’-principe de leidraad voor de afvaltarieven. Wie het echter financieel moeilijk heeft, krijgt een tegemoetkoming in zijn afvalkosten. Verantwoordelijkheden afwentelen op de maatschappij kan niet door de beugel. Ieder neemt zijn verantwoordelijkheid op inzake afval en netheid: burger, bezoeker, eventorganisatoren, ondernemers, producenten en overheden. We volgen een driesporenbeleid van preventie en bewustmaking, opruimen en handhaven. Met een duidelijke taakverdeling en een efficiënte werking is het werk sneller en beter gedaan.

We zetten resoluut in op afvalpreventie, waarbij we een mix van maatregelen gebruiken: bewustmaking van bewoners met ‘meten is weten’-campagnes, de educatieve werking voor scholen verderzetten en uitbreiden naar andere doelgroepen, ondersteuning van afvalarme winkels, horeca en evenementen, en het bannen van plastic zakjes en wegwerpbekers.

Meer afval selectief inzamelen is essentieel. Met de uitbreiding van GFT naar al het organisch afval willen we op termijn al het organisch afval uit het restafval halen. Alle verpakkingsplastics kunnen ten laatste tegen 2020 in de P+MD-zak. De tegemoetkoming in de afvalkosten voor wie het financieel moeilijk heeft, wordt ook uitgebreid naar de selectieve fracties, zodat sorteren altijd financieel de beste keuze is. We voorzien mobiele recyclageparken op wijkniveau, zodat ook mensen zonder auto er gemakkelijk terecht kunnen om hun resterend afval te sorteren. Voor de inzameling van huishoudelijk afval maken we zo veel mogelijk gebruike van ondergrondse inzameling via sorteerpunten. Voor vergelijkbaar bedrijfsafval onderzoeken we waar dit kan.

Het resterend brandbaar afval wordt zo duurzaam mogelijk verwerkt. We onderzoeken hiervoor zowel waste to energy- (afvalenergiecentrale met warmte- en elektriciteitsproductie) als waste to materials-installaties.


De strijd tegen zwerfvuil en sluikstorten blijft een prioriteit en dat in álle wijken. We verhogen de inzet van IVAGO, politie en stadsdiensten op de drie sporen van het afvalbeleid: sensibiliseren, opruimen en handhaven. We blijven ijveren voor structurele maatregelen die het zwerfvuil gevoelig kunnen verminderen, zoals statiegeld. Experimenteren om nieuwe maatregelen te ontdekken moet ook kunnen. Om afval op straat en in onze parken in de eerste plaats te voorkomen zoeken en ondersteunen we duurzame alternatieven voor meeneemdranken en -maaltijden. Tegelijk stellen we take-awayhoreca mee verantwoordelijk voor de afvaloverlast die ze veroorzaken. We ondersteunen verder onze vrijwilligers en scholen die via netheidscharters of netheidspacten mee het zwerfvuil opruimen. We zorgen voor voldoende vuilnisbakken op de juiste plaatsen en installeren nieuwe vuilnisbakken en slimme compacterende vuilnisbakken. We zetten ‘Meer geel op straat’ van IVAGO verder om onze stad net te houden en verbeteren de app om sluikstort te melden met onder meer een terugkoppeling aan de melder. Sluikstorten en zwerfvuil achterlaten getuigt van een gebrek aan respect. We zetten alle wettelijke middelen in om de daders te vatten.

Stad Gent maakt de omslag van een lineair naar een circulair materialenbeleid. Producten delen, herstellen, hergebruiken, herbestemmen en recycleren leidt tot een lagere consumptie en minder grondstoffenverbruik. We nemen een voortrekkersrol op, zowel inzake onderzoek als in onze eigen praktijken. We willen de draaischijf worden van de hergebruik-, herstel- en deeleconomie. Naast bestaande initiatieven als kringwinkels, repair-cafés, weggeefwinkels en de vele deelinitiatieven geven we ruimte aan nieuwe initiatieven en start-ups in de circulaire economie, met aandacht voor reguliere en sociale werkgelegenheid. Een voorbeeld van zo’n initiatief zijn wijkgerichte deelpunten voor verschillende materialen. Als stad geven we het goede voorbeeld door bij overheidsopdrachten circulair materialenbeleid als criterium op te nemen.

Leven in een stad betekent ook blootgesteld worden aan geluid. We nemen maatregelen om geluidshinder zoveel mogelijk te beperken. Het aanpakken van de meest geluidsbelaste locaties krijgt prioriteit. Tegen 2030 brengen we, in samenwerking met Vlaanderen, het geluidsniveau afkomstig van wegverkeer overal onder de 70 decibel. Dat kan enkel door te werken op verschillende fronten: een autoluwe stad, een stiller wagenpark, snelheidsverlagingen, nieuwe stillere wegdekken, geluidsschermen enzoverder.

Wat betreft de snelheid op de E17, de E40 en de R4 ijveren we bij de Vlaamse overheid om die te verlagen naar 90 km/u.

Toeristische rondleidingen per boot veroorzaken geluidsoverlast voor omwonenden en horeca. Om die overlast te beperken zetten we in op het gebruik van een systeem uitzend- en ontvangapparatuur. In overleg met de Vlaamse Waterweg en de rederijen maken we ook werk van stillere boten (met alternatieve aandrijving).

 

Reacties