Met schepen Watteeuw naar fietsstad Utrecht

Het Nieuwsblad - 23 april 2015

 

Gent wil een eersteklas fietsstad worden. De ambitie is groot, maar de realiteit verandert traag. Hoog tijd voor eenrealitycheck bij onze noorderburen, waar fietsen even vanzelfsprekend is als 's ochtends sokken aantrekken. Fietsen voor gevorderden, noemen ze het er, want het fietsverkeer is er druk. Fietsend door Utrecht, een échte fietsstad, met schepen Filip Watteeuw (Groen).

'Man, man. Depressief word ik ervan. Als ik zie wat hier allemaal kan ...' Filip Watteeuw kijkt zijn ogen uit als we op een vrijdag in de paasvakantie door Utrecht trappen. Op een oer-Hollandseomafiets - die vervloekte terugtraprem! - banen we ons een weg door het waanzinnige Nederlandse fietsverkeer.Fietsen voor gevorderden, noemen de Utrechtenaars het zelf.

Watteeuw vindt het allemaal geweldig. Als een kind in een snoepwinkel verbaast hij zich over de kleinste details. 'Kijk naar die afwerking van de fietspaden, de ruimte tussen de paaltjes op de fietspaden. Of die sensoren die fietsers waarschuwen voor de tram ... Die kwaliteit!'

In Gent probeert Watteeuw als groene schepen van Mobiliteit al twee jaar fietsen makkelijker en veiliger te maken. Stapje voor stapje, want het verkeer ligt gevoelig bij de Gentenaar. In Nederland staan ze mijlen verder. Zeeën van fietsrekken, fietsboulevards van vijf meter breed tot in de stadsrand, moderne stallingen, overal fietstunnels en -bruggen, fietsstraten van zes kilometer, verkeerslichten die aftellen naar groen ...

En vooral fietsers, erg veel fietsers. Zestig procent van de verplaatsingen in het centrum van Utrecht gebeuren met de fiets. Het stadscentrum krijgt elke dag 125.000 tweewielers te slikken. Zelfs afstanden tot vijftien kilometer doet een kwart van de Utrechtenaars met de fiets. Van de massa bezoekers aan het centrum komt slechts 15 procent met de auto.

Cijfers waar Gent alleen van kan dromen. De stad zit momenteel aan een fietsgebruik van naar schatting 25 procent. 'We groeien elk jaar en we willen een grote sprong vooruit maken, naar die Nederlandse cijfers toe', zegt Watteeuw. 'Maar om tot de fietskwaliteit te komen die ze hier hebben, is meer nodig. Om de fiets meer plaats te kunnen geven, moet de traminfrastructuur in Gent echt beter. Zo zullen er minder mensen met de auto komen.'

De Arteveldestad heeft volgens Watteeuw ook een 'mentaliteitswijziging' nodig. 'Bij de weggebruikers, bij de aannemers, bij de bewoners, bij de politici ... Hier in Utrecht zie je aan alles dat de fiets minstens evenwaardig is aan de auto. Dat heeft Vlaanderen nog niet in de vingers.'

Utrecht dankt haar enorme voorsprong aan het feit dat Nederland al veertig jaar aan defietsrevolutie sleutelt. In de jaren zeventig werden er de eerste fietsplannen uitgerold. In Gent duurde het tot de jaren negentig voordat de stad haar eerste fietsplan had, aangestuurd door toenmalig schepen Frank Beke (SP.A), later de eerste fietsende burgemeester van Gent. 'Maar wel na een voorzet van de groenen', stipt Watteeuw met uitgestreken gezicht aan.

Toch is zelfs Utrecht geen absoluut fietsparadijs. 'Ik neem nooit de fiets. Ik kan hem nergens kwijt', windt een Utrechtenaar zich op, zodra hij hoort dat hij naast een Belgische wethouder van Verkeer staat. 'De fietsassen werken hier als eentierelier. Maar parkeren is chaos. Een plek zoeken voor mijn fiets kost me meer tijd dan te lopen.' Herkenbare problemen, zucht Watteeuw. 'Maar dan voor de automobilisten bij ons. Dat toont het succes van het fietsbeleid hier.'

De teneur is na enkele uren in Utrecht duidelijk. Gent heeft nog een lange weg af te leggen, als het wil meespelen in de top van de fietssteden. 'Maar uiteindelijk willen we hetzelfde. Doorgaand verkeer uit de stad, om de fiets, voetganger en het openbaar vervoer meer plaats te geven. En wie toch de stad in moet met de auto, kan dat', zegt Watteeuw.

Tot slot, toch nog één ding snel controleren voor we terug naar Gent sporen: de parkeertarieven. 'Ha!' Een glimlach bij Watteeuw. Net geen 25 euro kost een dag op straat parkeren in Utrecht. In Gent is dat momenteel 11 euro. Te weinig, volgens Watteeuw. In aanloop naar het mobiliteitsplan wordt parkeren in de stad dit jaar al gevoelig duurder. Drie uur op straat in het centrum zal 10 euro kosten. Langer blijven staan kan niet meer. Het dagticket verdwijnt gewoon.

En in de duurste ondergrondse parkings, de Vrijdagmarkt, Sint-Michiels en Reep, voert Gent zelfsUtrechtiaanse tarieven in: een dag blijven staan kost er straks ... 26 euro!

Tags: