26 nationaliteiten op Sint-Salvatorschool

Het Laatste Nieuws - 12 februari 2015 - Laurence Van Eenaeme

Eén op de zes leerlingen uit het lager onderwijs spreekt thuis geen Nederlands', kopte onze krant gisteren. In de Sint-Salvatorschool in Gent gaan ze op een unieke manier om met die meertaligheid van hun leerlingen. "Wij gebruiken de thuistaal als trapje om beter Nederlands te leren. Zowel de leerlingen, de leerkrachten als de ouders reageren hier zeer positief op", zegt directeur Tamara Sinia.

De Sint-Salvatorschool in de Sint-Salvatorstraat in Gent is een van de zogenaamde 'concentratiescholen' in de stad. In het kleuteronderwijs en lager onderwijs zitten in totaal 26 verschillende nationaliteiten samen. "Iets meer dan de helft van onze leerlingen is Belg, maar ook zij hebben vaak een migratieachtergrond", zegt directeur Tamara Sinia. "Een klein kwart van onze leerlingen zijn Bulgaren. De laatste jaren zijn er ook een paar Syrische, Pakistaanse en Afghaanse kinderen bijgekomen, en enkele kinderen uit Afrikaanse landen."

Schat aan culturen

Maar waar sommigen misschien een probleem zien in die smeltkroes van nationaliteiten, ziet Sinia een schat. "Het is jammer dat velen 'taal' en 'probleem' in één zin gebruiken, want dat hoeft helemaal niet zo te zijn. De wereld verandert, wie dat nu nog niet door heeft, moet dringend zijn ogen openen", zegt de directeur. "In onze school hanteerden wij vroeger ook het taalbadmodel, waarbij enkel Nederlands mocht worden gesproken op school. Er werden zelfs kinderen gestraft als ze toch Turks of Albanees spraken. Maar we merkten dat die aanpak eigenlijk helemaal niet hielp om Nederlands te leren: de taalproblemen bleven. Dus gooiden we het over een andere boeg."

De school stapte in een proeftuinproject rond het 'transfermodel'. Daarbij worden de verschillende talen gebruikt als hulpmiddel om Nederlands te leren. "In het begin waren zowel de leerkrachten als de ouders bezorgd om deze aanpak. Zou het kind wel voldoende Nederlands leren? Zouden er geen kinderen uitgesloten worden? Zouden er geen scheldwoorden gebruikt worden, die de leerkracht niet begrijpt? Daarom hebben we vijf omgangsregels opgesteld over taalattitudes. Zo gaan we altijd op zoek naar de gemeenschappelijke taal die iedereen begrijpt. Als iemand in de groep geen Turks kan, maar iedereen wel Nederlands, spreekt iedereen Nederlands. Zo wordt niemand uitgesloten. En dat werkt", zegt Sinia.

Leerkrachten leren Turks

Ook de leerkrachten doen hun best om een woordje Turks of Bulgaars te leren. "Het is een kwestie van wederzijds respect. Als een leerling iets niet goed begrijpt, helpt het als we het duidelijker kunnen maken met bijvoorbeeld een Turks woord", zeggen turnleraars Olivier Poelman en Kenny Vandendriessche. "We hebben ouders gehad die hun kinderen bij ons weghaalden omdat ze Turks begonnen te leren. Dat vind ik jammer. Dat is toch net geweldig, dat een kind zomaar een nieuwe taal aanleert?", vindt de directeur.

Tamara Sinia hamert er ook op dat het niet evident is om een tweede taal honderd procent onder de knie te krijgen. "Het duurt zeven tot acht jaar om een taal goed te beheersen. We moeten onze leerlingen ook de tijd en de ruimte geven om daarin te groeien. Dat ze in het derde leerjaar nog niet perfect Nederlands spreken, is de normaalste zaak van de wereld", besluit ze.