Stad te koop
Opiniestuk van Filip Watteeuw, Dirk Holemans en Bram Vandekerckhove verschenen in De Standaard van 5 maart 2008
Met een 'Groot Overleg' zette de stad Gent het voorbije weekend zijn eerste stappen op het pad van de citymarketing. De Gentse burgemeester Daniël Termont (SP.A) stelt immers vast dat zijn stad, juist door haar veelzijdigheid, geen eigen gezicht heeft. Citymarketing vindt steeds meer ingang in Vlaanderen.
Steeds meer steden proberen zich een aantrekkelijk imago aan te meten. Ze voeren promotie voor zichzelf om toeristen, consumenten en ondernemers aan te trekken. De steden verantwoorden die citymarketing door te wijzen op de toenemende concurrentiestrijd tussen steden. In het buitenland zijn steden als New York, Barcelona en Amsterdam daar voorlopers in. Antwerpen is met zijn opvallende 'A'-campagne het bekendste voorbeeld in Vlaanderen. Maar ook de andere Vlaamse steden volgen nu. In onder meer Kortrijk, Brugge en Turnhout zijn al citymarketingprojecten aan de gang.
Nu is er natuurlijk niks mis mee als een stad zich een duidelijk profiel wil aanmeten. De vraag is of dit per se binnen een commerciële logica moet gebeuren. Freiburg als ecologische stad en Porto Alegro als participatieve stad tonen dat het ook kan als vertaling van wat er leeft bij de bevolking en wat de stad echt betekent. De meeste Vlaamse steden beginnen vooral met citymarketing omdat andere steden het ook doen. Of de effecten van dat soort citymarketingprojecten positief zijn, is nog maar de vraag.
De opstart in Gent verduidelijkt hoe citymarketing werkt. Op 29 februari organiseerde het stadsbestuur het 'Grote Overleg' met sleutelfiguren uit diverse sectoren. Geen uitgebreide gedachtewisseling zoals aangekondigd, maar een weliswaar leuke, professionele radioshow waarmee vooral een feelgood-effect werd beoogd. Een pak anekdotes van bekende Gentenaars, grappige interventies van (pdw) en besluitvorming via televoting. Meer was er niet. Niks inhoudelijke dialoog, niks nieuwe inzichten. Gewoon een langgerekte reclamespot die mensen warm maakte voor de promotielogica.
Vanuit het standpunt van de stadsmarketeers is dit niet vreemd. Het imago staat voorop. Dat imago moet vooral overtuigen. Daarom moeten bedrijfsleiders, politici, middenveld en pers op één lijn worden gebracht. Het gaat erom de krachten te bundelen en te komen tot een zogeheten groeicoalitie die achter hetzelfde economisch stadsproject gaan staan. Maar daarmee wordt iedere kritische stem, iedere tegenbeweging als deloyaal aanzien. Die zouden immers de kracht van het stadsproject kunnen verzwakken. Dit toont meteen het democratisch deficit van citymarketing aan. De beleidsmakers worden daardoor ook blind voor zowel wat er echt leeft in hun stad, als voor de gevolgen van citymarketing op sociaal vlak. Om met het eerste te beginnen: is het niet ironisch dat net nadat het stadsbestuur de commerciële logica van citymarketing centraal stelt, het festival Art for Sale van start gaat in Vooruit? Dat festival staat onder meer stil bij de gevolgen van overconsumptie.
Maar ook de gevolgen van citymarketing worden nooit in beeld gebracht. Door kapitaalkrachtigen aan te trekken stijgen de woonprijzen en treedt sociale verdringing op. En worden zij die het sowieso al moeilijk hebben in de stad, nog meer uitgesloten. Het is de economische logica van de aangetrokken investeerders die meer en meer bepaalt hoe de stad er in de toekomst zal uitzien. En vooral wie er mag komen wonen, en wie moet verhuizen.
Die consensuslogica van de stadsmarketeers tast de essentie van de politiek zelf aan.
De geograaf Erik Swyngedouw stelt dat het politieke debat vooral ten onder gaat door de aanvaarding dat er geen alternatieven zijn. Als er alleen nog technische bemerkingen overblijven om de stadsvernieuwing goed te managen, dan wordt er niet meer aan politiek gedaan.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bij citymarketing niet gaat over de inhoud.
Het Groot Overleg in Gent zat helemaal op die lijn. Over 'Gent als tolerante stad' werden wel enkele (leuke) anekdotes opgedist door een Gentenaar met Turkse roots. Maar er werd met geen woord gerept over het recente hoofddoekenverbod, over extreemrechts of over de nog steeds verder gaande dualisering in Gent. Laat staan dat er redeneringen werden ontwikkeld over hoe in de toekomst alle Gentenaars en alle bevolkingsgroepen een plaats kunnen krijgen in deze stad. Hoe kun je dan oordelen over de vraag of Gent zich moet profileren als tolerante stad? Nochtans was dat precies wat de zaal deed in een rondje televoting.
Ten slotte is het opvallend dat zelfs de vraag 'waarom moet de stad zich verkopen?' niet wordt gesteld. Velen gaan mee in de logica omdat het nu éénmaal 'onvermijdelijk' is. Maar als de stad bakens verzet op inhoudelijke domeinen, ontstaat er vanzelf een goed beeld. Daar heb je geen dure stadsmarketingplannen voor nodig.
Dat inhoud en meningsverschil worden weggedrukt, heeft als resultaat dat bij citymarketing enkel de verkoop van de stad in de letterlijke zin van het woord overblijft: stad te koop!
Filip Watteeuw, Dirk Holemans en Bram Vandekerckhove zijn Groen!raadsleden in Gent.

