Meer over het hoofddoekenverbod
Naar aanleiding van het hoofddoekendebat begin november in Gent, vroeg ik op 7/11/2007 aan Minister van Gelijke Kansen Kathleen Van Brempt naar haar standpunt ten aanzien van het invoeren van een verbod een hoofddoek te dragen voor stadspersoneel, en hoe zij de gevolgen zag van een dergelijk verbod op de tewerkstellingskansen van de allochtone vrouwen.
Het gaat hier om een zeer specifieke en kwetsbare groep op de arbeidsmarkt, en het invoeren van een hoofddoekenverbod zal het voor deze groep niet gemakkelijker maken om aan een job te geraken, zeker niet wanneer dit de privésector zal inspireren om ook medewerksters met hoofddoek te weigeren wat te verwachten is. Dit terwijl het hebben van werk en economische zelfstandigheid een hefboom is naar emancipatie.
Minister Van Brempt, die als Antwerps gemeenteraadslid daar een hoofddoekenverbod voor stadspersoneel mee goedkeurde, stelde dat deze kwestie behoort tot de autonome bevoegdheid van de steden en gemeenten, en schoof de hete aardappel verder door naar Marino Keulen, die bevoegd is voor het wettelijkheidstoezicht op gemeentelijke reglementen. Ze hield zich dus op de vlakte maar liet toch in haar ‘persoonlijke’ kaarten kijken: “Op mijn kabinet zit een allochtone vrouw mét hoofddoek aan de balie, dit zegt genoeg.”
Wat volgde was een geanimeerde discussie en de conclusie van de Voorzitter van het Parlement was dan ook: dit onderwerp verdient een grondig debat in de bevoegde commissie. Wordt dus vervolgd…


Hoofddoeken